Tekst: Colette Alberts Fotografie: Belgisch Verkeersburo voor de Ardennen en Brussel;en Jan Erik Burger
Outremeuse betekent letterlijk ‘de andere kant van
de Maas’. Hemelsbreed ligt dit eiland in de Maas nog geen kilometer
lopen vanaf Place Saint-Lambert, het kloppend hart van Luik met het zestiende-eeuwse
Prinsbisschoppelijk Paleis, maar de volkswijk van Simenon voelt als een andere
wereld. Stille straten, hoge huizen die in het verleden chique moeten zijn
geweest, maar die nu een verwaarloosde indruk maken. ‘Een wijk waarin
mensen met een klein pensioen, kantoorbedienden, opzichters en weduwen woonden,
de kleine luiden zoals ik ze noem, en ook ik reken mezelf nog bij die groep…’
schreef hij ooit. Zijn kleuter- en lagere school staan er nog, de huizen waar
hij met zijn ouders woonde, en de oude kazerne waar hij diende bij de cavalerie.
Zoldertje
Vlak bij de Pont des Arches ligt de kerk Saint Pholien. Hier situeerde Simenon
een van zijn eerste Maigrets: Het lijk aan de kerkmuur. Op deze plek, aan
de klink van de rechterkerkdeur, verhing zijn vriend Joseph Kleine zich. Simenon
had ‘de kleine Kleine’, zoals hij in het boek wordt
genoemd, leren kennen in La Caque (de harington), een zoldertje in een vervallen
huis vlak achter de kerk. Vlak na de Eerste Wereldoorlog kwamen hier studenten
en kunstenaars bijeen om te praten over de zin van het leven. Drank, drugsgebruik
en diepe gesprekken vormden de hoofdmoot van de bijeenkomsten. Simenon kwam
hier als jong journalist. De jonge kunstschilder Kleine at weinig, dronk veel
en gebruikte af en toe cocaïne. Op 2 maart 1922 werd hij gevonden, met
zijn sjaal aan de bewuste klink gehangen. De Luikse politie geloofde echter
niet in zelfmoord: men dacht aan drugssmokkel of een verhulde misdaad. De
politie bleef La Caque nu kritisch volgen, en al snel viel de groep uiteen.
Nog hetzelfde jaar trok Simenon naar Parijs. In de lente daarop komt hij terug
naar Luik om te trouwen met zijn vriendin uit La Caque, de schilderes Regine
Renchon, die hij Tigy noemde.
Middeleeuws straatje
We slenteren over de Place de l’Yser – waar Georges bij de oefening
van de burgerwacht regelmatig naar z’n vader Desiré kwam kijken;
het oude Recollectinenklooster dat hier staat, is omgebouwd tot jeugdherberg
en draagt de naam Georges Simenon. Even verderop ligt de kerk Saint Nicolas,
de parochiekerk van de Simenons: de laatste bank in de kerk was de vaste zitplaats
van de familie.Traditiegetrouw was Outremeuse opgedeeld in twee parochies
die zich gedroegen als kat en hond. Als je, zoals de kleine Georges, uit St.
Nicolas kwam, moest je uitkijken dat je in de aangrenzende parochie St. Pholien
geen pak rammel kreeg. ‘Sommige straten hoorden aan de ene kant toe
aan de ene parochie, aan de overkant aan de vijandige parochie. Het gebeurde
dat ik uit angst om afgetuigd te worden naar de stad ging via de houten brug
die men de Passerelle noemt, in plaats van langs de Pont des Arches, wat een
korterre weg was, die me echter verplichtte mij deels in St. Pholien te wagen.’(uit:
Vent du nord vent du sud). De Rue Puits-en-Sock is de meestgenoemde Luikse
straat in de boeken van Simenon. In deze straat van handelaren had zijn opa,
Chrétien Simenon, op nr. 58 een hoedenmakerij. Hier verzamelde de familie
zich op zondag voor de mis in de St. Nicolas. Vlak daarnaast begint de Rue
Roture of de ‘leeuwenkooi’: een petieterig Middeleeuws straatje
met witgekalkte huisjes en tal van restaurantjes. De wijk is nu in de mode,
maar was vroeger het decor van grote armoede. In de jeugd van Simenon liep
hier een stroompje stinkend afvalwater doorheen. ‘Nochtans wonen ze
er met duizenden, vrouwen, mannen, kinderen, oudjes, allemaal zijn ze ziekelijk,
gebocheld, krom, etterend of rochelend, ze slapen met z’n tienen in
één kamertje op de grond…’ (‘Je me souviens’).
Vader Désiré kwam hier regelmatig als inspecteur van de armenzorg.
Vrijdag de dertiende
We lopen terug naar de Maas. Via de Passerelle,
de voetgangersbrug, keren we terug in de ‘stad’. Op Rue Leopold
nr. 24 werd de schrijver geboren. Zijn vader was een eenvoudige bediende in
een verzekeringsmaatschappij, zijn moeder verkoopster in een warenhuis. Officieel
zou de kleine Georges geboren zijn in de nacht van vrijdag 13 februari 1903,
maar zijn moeder, die bang was dat die datum ongeluk zou brengen, smeekte
de vroedvrouw vrijdag 12 februari als geboortedag in te vullen. ‘Georges
y est né, Josephine y trouve son bonheur’, meldt de huidige eigenaresse
van het pand op de gevel.Even verderop, achter het stadhuis, ligt de Place
du Maigret, waar de jonge journalist Georges Sim dagelijks bij de politie
kwam vissen naar nieuwtjes. Haalde hij hier inspiratie vandaan voor zijn beroemde
geesteskind, commissaris Jules Maigret?
Arnold Maigret was de chauffeur van de Luikse politiecommissaris, en als misdaadverslaggever
voor de Gazette de Liége had Simenon regelmatig met hem te maken. ‘Mijn
flik is een gewone man, maar wel één die in het binnenste van
de mens kan kijken.’Een standbeeld van Maigret vind je in Luik niet,
maar wel in Delfzijl: daar schreef Simenon in 1929 zijn eerste Maigret. Hij
maakte een boottocht door Noord-Europa en bleef met averij enige tijd steken
in Delfzijl. In de tijd dat zijn schip gerepareerd werd, bedacht hij een nieuwe
hoofdpersoon
voor een serie boeken die erg succesvol zou worden.Zo succesvol zelfs dat
een aantal restaurants in Luik ‘recepten van mevrouw Maigret’
op de menukaart heeft gezet. Stevige kost, en makkelijk op te warmen was haar
specialiteit; door het vele politiewerk wist ze immers nooit wanneer haar
man thuis zou komen.
© Op Lemen Voeten | www.oplemenvoeten.nl

‘Een getormenteerd genie met een scherp
inzicht in menselijke drijfveren; een man die zijn leven en het schrijven
beleefde als een bezoeking.’ (Biograaf Patrick
Marnham in ‘De man die Simenon niet was’)
De route
Wie in de voetsporen van Simenon door Luik wil wandelen kan bij het Office
du Tourisme (En Féronstrée 92) de Simenon-wandelroute plus plattegrond
van Luik ophalen. De goed bewegwijzerde
route start bij het VVV-kantoor aan de Place St. Lambert. Een audiotour is
aan te bevelen. Wil je La Caque bezoeken, de zolder waar Simenon en zijn vrienden
bijeenkwamen
en die het decor vormt van Maigret en het lijk aan de kerkmuur, zal met een
gids op pad moeten.
De deur van het steegje om La Caque te bereiken, is namelijk afgesloten.