De harstranen van de Madonna
Bedevaartplaatsen in Nederland*
Wie dacht dat Nederland - vaak beschouwd als een uitgesproken protestantse natie - geen land van bedevaarten is, komt bedrogen uit. Anno 1999 bezoeken honderdduizenden mensen jaarlijks een van de 650 'werkende' bedevaartplaatsen die ons land rijk is.
Tekst: Jan Erik Burger, m.m.v. Lilian Oostrom, Foto's: collectie Meertensinstituut
Bedevaartplaatsen zijn niet beperkt tot Brabant of Limburg. Ook na de overwinning van het Calvinisme in 1588 bleven ten noorden van de grote rivieren 'nationale' bedevaartplaatsen bestaan, zoals de Martelaren van Gorcum in Brielle, de heilige Liduina in Schiedam, het Sacrament van Mirakel (de Stille Omgang) in Amsterdam of Bonifatius in Dokkum. Wel kregen bepaalde bedevaartplaatsen buiten het grondgebied van de Republiek, zoals Handel, Kevelaer en Megen de wind in de zeilen.
Het wekt wellicht verbazing, maar zelfs tijdens de hoogtijdagen van het Rijke Roomsche Leven zijn de Nederlandse bedevaartplaatsen nooit uitputtend of systematisch in kaart gebracht. Bedevaartplaatsen en heiligenverering maken deel uit van de volkscultuur. In dat verband lag er een mooie taak voor het Meertensinstituut. Hoofd van de afdeling volkscultuur aldaar was echter vele jaren lang de antipapistische literator Voskuil, die zich liever bezig hield met de verbreiding van de dorsvlegel of de nageboorte van het paard.
Ondanks de manhaftige pogingen van Voskuils alter ego Maarten Koning om de geschiedenis van de volkscultuur op meer wetenschappelijke basis te stoelen, bleef er een wetenschappelijk gesproken ontoelaatbare blinde vlek: de Roomse volkscultuur. Daarin wordt nu in rap tempo voorzien. De opvolgers van Voskuil worden niet langer verblind door ideologische vooringenomenheid. Gebruik makend van de wet van de remmende voorsprong schreven Peter Jan Margry en Charles Casper een grensverleggend driedelig lexicon over bedevaartplaatsen in Nederland.
In 1997 verscheen het eerste deel van 'Bedevaartplaatsen in Nederland', een jaar later gevolgd door deel 2. Beschreef deel 1 de Nederlandse bedevaartplaatsen ten noorden van de grote rivieren en in Zeeland, deel twee beschrijft in 1024 pagina's de bedevaartplaatsen in Brabant.
Tot onze verrassing wordt in de uitgebreide literatuurverwijzing ook Op Lemen Voeten enkele malen genoemd. Jan Erik Burger en Lilian Oostrom spraken met samensteller Peter Jan Margry.
Jomanda gewogen en te licht bevonden
Dachten de onderzoekers aanvankelijk dat het met 250 tot 350
potentiële pelgrimsoorden wel bekeken was, later werden dat er
1400. Op al die plaatsen moest bronnenonderzoek worden gedaan. Na
deze exercitie bleven er circa 650 plaatsen over die aan de
criteria van de onderzoekers voldeden (zie kader). Duidelijk was
dat het werk niet door één persoon gedaan kon worden. Dat hield
tegelijkertijd in dat niet elk plek exact dezelfde invalshoek zou
krijgen. Margry presenteert het boek als een bouwsteen voor verder
onderzoek. Daarbij doet hij redactie en de meer dan honderd
medewerkers tekort.
De verhalen op lokaal niveau zijn soms ware juweeltjes. Het boek is prettig geschreven, leesbaar en toegankelijk. Sommige lezers schijnen het op hun nachtkastje te hebben liggen, en lezen elke avond voor het slapen gaan een lemma. Het onderwerp blijkt voor een breed publiek aantrekkelijk te zijn. Er zitten namelijk universeel menselijke aspecten in de bedevaart, die niet specifiek rooms-katholiek zijn. Het appelleert aan onzekerheden rond ziekte en dood. Men zoekt steun op bijzondere plaatsen en personen. In Nederland hebben de onderzoekers, ondanks een open houding, overigens alleen maar roomskatholieke bedevaartplaatsen gevonden. Een fenomeen als Jomanda is in overweging genomen, maar het gebeuren in de Tielse Evenementenhal bleek bij nadere bestudering teveel uitsluitend aan haar persoon gebonden te zijn, niet aan de plaats.
Niet zo erg lang geleden waren bedevaarten een typisch katholiek fenomeen dat diep in de verzuiling was ingebed, tegenwoordig is het anders. Aan Bonifatiusbedevaart in Dokkum doen ook hervormden, gereformeerden en new age mensen deel. De Stille Omgang in Amsterdam is interconfessioneel geworden. Internationaal is er sprake van een sterke herleving, rond de Jacobusbedevaart is zelfs een ware Santiago-welle ontstaan.
Het wezen van de bedevaart
Waarom mensen op bedevaart gaan, is Margry om het even. Wel
moet het een religieuze motivatie zijn, om een bedevaart te
onderscheiden van een bezoek aan het graf van Jim Morrison of van
Elvis Presly. Maar hij geeft toe dat het een grensgebied is. Bij
het graf van Morrison op het Parijse kerkhof Père Lachaise worden
toch ook kaarsen opgestoken. Mensen blijken daar steun aan te
hebben. Wat is dan het wezen van een bedevaartplaats? Het gaat
lang niet altijd om concrete beelden of relieken (overblijfselen
van heiligen). Het kan ook een wonderbaarlijke gebeurtenis zijn,
zoals de onverbrande hostie bij het Mirakel van Amsterdam, waarbij
het cultusobject verloren is gegaan (zo het ooit al bestaan
heeft). Het gaat vooral om de symboolwaarde die de legende heeft.
Mag het bedevaren in ons land er goed voorstaan, dat wil niet zeggen dat alle bedevaartplaatsen in die voorspoed delen. Plaatsen waar 'obscure' heiligen vereerd worden zitten in de verdrukking. Vaak gaat het om beschermheiligen met een instrumentele functie, zoals Donatus, die beschermde tegen blikseminslag of om heiligen die bescherming boden tegen veeziekten. In dat opzicht hebben de atheïstische volksopvoeders hun gelijk gekregen. Het ooit eenvoudige volk laat zich niet langer bedotten, maar voorziet huis en haard van een bliksemafleider. Andere vereringen worden 'gefolkloriseerd'. Inhoudelijk zegt bijvoorbeeld de kinderzegening tegen stuipen de mensen niets meer, maar ze vonden het in hun eigen jeugd zo'n mooi gebruik, dat ze het daarom in stand (willen) houden. Daarentegen stijgt de betekenis van Maria in haar moederrol ver boven de katholieke kerk uit.
De tocht
De reis naar de heilige plaats is een onlosmakelijk onderdeel
van de bedevaart. Hierin bestaat ook het onderscheid met
heiligenverering in brede zin. De tocht hoeft niet lang te zijn,
maar dient de bedevaartgangers in elk geval buiten de eigen
parochie of gemeentegrens te brengen. De bedevaart hoeft niet in
georganiseerd verband plaats te vinden. De zogenaamde
processiebedevaarten worden wel groepsgewijs ondernomen.
Antropologen leggen de nadruk vooral op de ervaring van reis, meer dan op de plaats. Op dat punt verschilt Margry fundamenteel van mening. In de christelijke bedevaarttraditie is de heilige plaats het meest essentieel. Hier vindt de directe confrontatie met het cultusobject plaats, hier is de kracht het grootst.
Margry pakt tenslotte kritisch uit over de LAW-route 'Het Pelgrimspad'. "Hier heeft de ANWB een poging gedaan een pseudo-traditie te creëren. Uit het niets zijn routes bedacht, waarbij alle echte bedevaartplaatsen bekwaam zijn vermeden. Absolute lariekoek, dit is niet meer dan inspelen op het onderbuikgevoel. De erkenning van de Raad van Europa dat dit een oude Santiago-route is, slaat werkelijk nergens op."
De spirituele betekenis van
bedevaartplaatsen
Het is een van de weinige momenten dat de afstandelijke
wetenschapper Margry opleeft. We aarzelen maar stellen
uiteindelijk toch de vraag of hij zelf ontvankelijk is voor de
spirituele betekenis die bedevaartplaatsen hebben. "Wèl in
wetenschappelijke, niet in religieuze zin. Plaatsen hebben een
functie, mensen worden daadwerkelijk genezen. De plaats roept een
sfeer op, heeft een bepaalde uitstraling. Door gebed en
concentratie kan er tussen de oren inderdaad een mentale omzetting
plaatshebben. Maar: je gelooft of je gelooft niet in
wonderen." Zelf gelooft Margry er niet in, haast hij zich toe
te voegen. Maar geen goed woord heeft hij over voor
natuurwetenschappelijke benadering bij de bestrijding van
zogenaamde wonderen. Zo onderzocht een pater een huilende madonna.
De madonna bleek van kunststof, de metalen ogen waren met hars
vastgezet. Het waren harstranen die zij huilde. Naar het oordeel
van het bisdom kon het dus geen wonder zijn. "Dat nu is een
miskenning van het fenomeen. Juist dat de hars überhaupt was gaan
vloeien, is een wonder."
De rol van de kerk
Bij het erkennen van nieuwe heilige plaatsen pleegt de (roomskatholieke)
kerk zeer terughoudend op. Het vaak spontane karakter van
volksdevoties staat op gespannen voet met de strakke en
bureaucratische karakter van de kerkelijke hiërarchie. Een
bisschoppelijke onderzoekscommissie in Berlicum (bij Den Bosch)
oordeelde dat de boodschappen van Maria aan zieneres Elisabeth
Sleutjes niet authentiek waren. De bisschop nam die conclusie
over. Daarmee blijkt lang niet altijd niet het laatste woord
gezegd. Aangezien in de visie van de gelovigen de boodschap Maria
op een hoger gezagsniveau staat dan de uitspraak van de bisschop,
zetten ze hun verering voort. Inmiddels is Berlicum, gebrek aan
officiële erkenning ten spijt, een volwassen bedevaartplaats
geworden, compleet met kapel, heilige bron en bedevaartpark.
Edoch, wanneer een devotie al te groot wordt, kan de hiërarchie
zich gedwongen voelen om die binnen de kerk te halen, zoals
uiteindelijk in Lourdes en in het Kroatische Medjugorje gebeurd
is. De rol van de media kan daarbij belangrijk zijn. Bij de
revitalisering van Dokkum als bedevaartplaats speelde
berichtgeving in De Telegraaf een prominente rol. Civitavecchia
(Italië, huilende madonna) was een echte mediahype.
Heeft Margry een eigen favoriete
bedevaartplaats?
"Meerveldhoven, een oude Mariabedevaartplaats bij
Eindhoven met een prachtige boom vol votiefgeschenken. Maar ook
Handel, waar de hele sacrale infrastructuur intact is:
processiepark, bron, kapel en devotionalia, compleet met
karakteristieke café's met veranda's eromheen.>
© Op Lemen Voeten | www.oplemenvoeten.nl