Amsterdam bedevaartstad

Wie dacht dat Nederland - vaak beschouwd als een uitgesproken protestantse natie - geen land van bedevaarten is, heeft het bij het verkeerde eind. Bedevaartplaatsen zijn niet beperkt tot Brabant of Limburg. Amsterdam heeft een rijke traditie als bedevaartstad. De oudste en belangrijkste bedevaart is die van het Sacrament van Mirakel. 

Tekst: Jan Erik Burger, ter gelegenheid van de Wandelmarkt 1998

De oorsprong is snel verteld. Op 15 maart van het jaar 1345 lag in de Amsterdamse Kalverstraat een man op sterven. Er werd een priester geroepen om hem de laatste sacramenten toe te dienen. Na het eten van de hostie moest de zieke overgeven. Zijn vrouw wierp het braaksel in de open haard, maar de onbeschadigde hostie bleek door het hoogopvlammende vuur niet te worden aangetast. De vrouw van de man gaf de hostie mee aan een priester van de Sint Nicolaaskerk, de huidige Oude Kerk. Volgens de overlevering zou de hostie meerdere malen op wonderbaarlijke wijze naar het huis van de man zijn teruggekeerd. Een teken dat hier een heilige plaats was, die in ere gehouden moest worden. De mare deed snel de ronde, en al twee weken later bevestigde de baljuw van Amstelland en het stadsbestuur van Amsterdam, dat het verhaal over het wonder 'waar' was. In 1346 bezochten de eerste pelgrims de plek van het wonder. Amsterdam werd een belangrijke bedevaartstad. Op de plaats van het huis verrees de Heilige Stede (stede staat voor haard(stede). Tot 1908 stond deze fraaie driebeukige mirakelkerk op het terrein dat omsloten werd door Kalverstraat, Rokin, Wijde Kapelsteeg en Enge Kapelsteeg. Op de hoek Kalverstraat/Wijde kapelsteeg bevond zich een aparte kapel waar de oorspronkelijke haardstede was ingebouwd.

Nadat het Amsterdamse stadsbestuur in 1578 na lang aarzelen was overgegaan tot de calvinistische godsdienst, werd de Heilige Stede, net zoals alle andere kerken in de stad, aan de katholieken ontnomen. De hostie was tijdig in veiligheid gebracht, maar zo goed verborgen dat hij nooit meer is teruggevonden. Vanaf 1590 was de mirakelkerk was in gebruik bij de calvinisten.

Hoewel de devotie was verplaatst naar een schuilkerk op het Begijnhof, bleven katholieken tot ergernis van de calvinisten naar de Heilige Stede komen. Om de devotie te hinderen gaven de kerkvoogden de opdracht om de haardkapel te slopen. Later werden verkoopkasten aan de buitenmuur van de kerk bevestigd om te voorkomen dat katholieken de muren van de kerk aan zouden raken. In de zeventiende en achttiende eeuw bleef de devotie goed bewaard. Ze kreeg een nieuwe stimulans toen stadshistoricus Jan Wagenaar ontdekte dat de mirakelkist, waarin ooit de hostie was opgeborgen, zich in het Burgerweeshuis (tegenwoordig Amsterdams Historisch Museum) bevond. In de eerste helft van de negentiende eeuw verslapte de belangstelling toch wat. Een nieuwe pastoor van het Begijnhof blies de zaak opnieuw leven in, vooral toen hij zich realiseerde dat het vijfde eeuwfeest (1845) in aantocht was. Na het herstel van de katholieke hiërarchie in 1853 nam het zelfbewustzijn van de katholieken in Amsterdam geleidelijk toe. Ze verlieten hun bescheiden schuilkerkjes en pleegden een gigantische inhaalslag door het bouwen van monumentale kerken met trotse torens, zoals de Posthoorn (Haarlemmerstraat), de Sint Nicolaaskerk, de Vondelkerk en de Maria Magdalena (inmiddels afgebroken). Zo werd het 'protestantse' aanzien van de stad ingrijpend veranderd.

Tegen die achtergrond moeten we de historische wandaad van het protestantse kerkbestuur van de Heilige Stede plaatsen. De kerk was dringend aan restauratie toe en eigenlijk te groot geworden voor de gemeente. Er werden plannen gemaakt voor een kleinere kapel en bouw van winkels op de overschietende ruimte. Velen protesteerde tegen de voorgenomen sloop. Zo noemde het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap de Heilige Stede 'een bouwwerk van den eerste rang en een juweel van bouwkunst'. Men deed een klemmend beroep op het kerkbestuur om af te zien van de sloop van 'dit belangwekkend kunstwerk ... van bijzonder mooie verhoudingen en edele vormen.' Het mocht niet baten. De voorzitter van de NH algemene kerkeraad verklaarde: "In Rome's kaart spelen wij niet, en we hebben geen Roomsch katholieke sympathien. Van verkoop zou nog voor geen tien millioen sprake zijn, omdat we het gebouw niet in ongewenschte handen willen zien overgaan." De protestanten gruwden van de gedachte dat de kapel opnieuw aan 'Roomsche superstitiën' zou toevallen, dat het een Amsterdams Lourdes zou worden, waar de 'paganistische ouwelcultus' hoogtij zou vieren. En inderdaad, een Amsterdamse Lourdes is er niet gekomen.

© Op Lemen Voeten | www.oplemenvoeten.nl

Herinneringen aan het mirakel zijn over diverse kerken verspreid.

Onze pelgrimswandeling begint en eindigt bij de (nieuwe) Sint Nicolaaskerk tegenover het Centraal Station.

Hier schilderde Jan Dunselman zijn mirakelcyclus. Onder deze schildering is de processie weergegeven die in maart 1345 voerde van het huis in de Kalverstraat naar de Oude (Sint Nicolaas-) Kerk. Langs het Golden Tulip hotel LA Zeedijk, langs de Sint Olofskapel RA Sint Olofssteeg. RD Oude Zijds Voorburgwal. Op weg naar de Oude Kerk passeren we in de Heintje Hoekssteeg de vroegere katholieke schuilkerk 'Ons Lieve Heer op Solder'. Via Oudekerksplein om de Oude Kerk heenlopen. RD Wijde Kerksteeg. LA Warmoesstraat uitlopen tot aan de Dam. Langs hotel Krasnapolsky, Damstraat oversteken: RD Nes. Deze helemaal uitlopen, aan het einde RA Nieuwebrugsteeg. Rokin oversteken en door Taksteeg naar RA Kalverstraat. Vervolgens RA Enge Kapelsteeg. LA Rokin en LA Wijdekapelsteeg. Op deze hoek staat sinds 1988 als herinnering aan de Heilige Stede een zuil uit de afgebroken kerk. LA Kalverstraat tot aan RA Rozeboomsteeg. RD Spui en RA via toegangspoortje naar Begijnhof. Tegenover de toren van de Engelse kerk ligt de Begijnhofkapel, waar de cultus van het Mirakel wordt hooggehouden. Schilderingen en gebrandschilderde ramen vertellen het verhaal van de legende. Een wandvullend schilderij van A. Derkinderen geeft een gedroomde middeleeuwse mirakelprocessie in al zijn pracht en praal weer. Langs de Engelse Kerk door poortje LA Gedempte Begijnensloot. RD via Schuttersgalerij: Amsterdams Historisch museum met interessante mirakelcollectie. Via de uitgang Kalverstraat LA Kalverstraat. Uitlopen tot aan Dam. De Dam in looprichting oversteken. RD Nieuwendijk. Deze helemaal met de bocht mee uitlopen tot RA Ramskooi. RA Prins Hendrikkade. Aan de overkant Centraal Station. Einde wandeling.