Van Marknesse naar Kraggenburg (17 km)
Een wandeling in de Noordoostpolder

De Noordoostpolder is een gebied rijk aan prachtige en interessante landschappen; de geschiedenis ervan is, hoewel jong, zeer belangwekkend. Al kan er goed gewandeld worden, veel wandelaars kom je er niet tegen. Als de gemeente Noordoostpolder en de provincie Flevoland ècht het toerisme willen bevorderen, dan moeten ze nog wel aan de slag.

Tekst: Haije Stobbe; wandeling uit Provincie-voetwijzer Flevoland,l 1996; ISBN 90-74980-04-X 17

De provincie Flevoland kende ik heel lang niet beter en niet slechter dan de gemiddelde Nederlander: er ooit wel eens doorheen gereden en niet veel anders gezien dan kaarsrechte wegen en veel agrarisch land, hier en daar wat groen. Twee jaar geleden, op zoek naar een nieuwe uitdaging, vroeg ik me af of ik er leukere ervaringen dan voorheen zou kunnen opdoen, als ik me er tenminste eens wat meer voor wilde inspannen. Sindsdien heb ik de polders op allerlei momenten en op vele manieren doorkruist: met trein en bus, op de fiets, en lopend. Altijd weer, waar ik ook kwam, frappeerde me het beeld van welvaart en voorspoed. Kort geleden las ik echter een stukje in de krant dat ook hier de Zelfhulp Organisatie Bedrijfsbeëindigers werkzaam is. Wat is er aan de hand?

Uitverkiezing
Nadat in 1930 en 1932 de Wieringermeer en de Afsluitdijk gereed gekomen waren, stokten de bezigheden geruime tijd: crisistijd. Toen de zaak weer op gang kwam, zagen de plannenmakers en de uitvoerders voorlopig af van de realisatie van de Markerwaard en begonnen ze, omdat dat project niet zo omvangrijk was, aan de Noordoostpolder. Eind 1940 werd het laatste dijkgat gedicht. Gebrek aan materiaal om bijvoorbeeld de gemalen te bouwen en daarna gebrek aan brandstof om deze soepel draaiende te houden waren er de oorzaken van dat het droogpompen bijna twee jaar duurde. Toen was er nog niet meer aanwezig dan een kolossale hoeveelheid uitermate drassig land.

Enige honderden boerenzoons die op het oude land geen kans hadden ooit zelf nog eens zelfstandig te worden, meldden zich voor het graven van de greppels en het leggen van de draineerbuizen, in de hoop dat ze als beloning voor hun inzet later tot de nieuwe boeren van de Noordoostpolder zouden gaan behoren. Ook kwam er een groep landarbeiders op het project af, met de ambitie later vrije boer te worden. Toen de eerste kavels uitgegeven zouden worden, was de lijst van gegadigden zeer lang.

Speciaal opgeleide selecteurs gingen aan het werk. Zeer grondig toetsten ze de mannen op vakbekwaamheid, geschiktheid om een bedrijf te leiden, flinkheid, gezondheid, kredietwaardigheid en goede naam. Maatschappelijk werksters reisden naar de plaats waar echtgenotes of verloofdes verbleven en rapporteerden uit en te na over hun bevindingen. Een gegadigde die ergens een steekje liet vallen, had geen kansen meer. Dezelfde procedures paste men ook toe bij het werven van de (kleine) ondernemers en allen die in loondienst zouden werken. Wie zich in de polder mocht vestigen, kon zich terecht uitverkoren voelen. Op een feestelijke bijeenkomst in het midden van de jaren veertig zong de zaal uit volle borst: 'Dat is de N.O.P., de grote N.O.P., de tweede polder van die oude trouwe Zuiderzee, waar tarwe groeit, waar koolzaad bloeit, en de mensen groeien mee! Daar ligt een rijke toekomst voor ons in de N.O.P.!'

Schone schijn
Een jaar geleden ontving Flevoland een groot aantal miljoenen uit het Europees ontwikkelingsfonds. Vreugde aldaar en grote verbazing wijd en zijd. In de buitenlandse pers verschenen artikelen, verlucht met rijke en fraaie foto's, onder de titel 'De Hollandse Armoede'. Ook zelf heb ik er toen vol ongeloof en met een zekere verontwaardiging van opgekeken.

Toen in 1916 voor de zoveelste keer bij een hevige storm allerlei dijken waren doorgebroken, besloten regering en Kamers (eindelijk) dat de Zuiderzee zou worden afgesloten en gedeeltelijk drooggelegd. Het was niet alleen vanwege de veiligheid: WO I had duidelijk gemaakt dat Nederland over veel te weinig agrarisch land beschikte om zich in tijden van nood te kunnen redden. Voor de Noordoostpolder, ontworpen in al weer een tijd van crisis en oorlogsdreiging, betekende het dat 87 procent van de 48.000 ha een agrarische bestemming kreeg. De latere ontwikkelingen maken duidelijk dat er toen structurele vergissingen zijn gemaakt: zuidelijk Flevoland, gereed gekomen omstreeks 1970 (43.000 ha), bestaat slechts voor 50 procent uit landbouwgrond. Er is echter meer: vonden de inrichters van de Noordoostpolder dat een rendabel bedrijf minstens 24 ha groot diende te zijn, toch gaf men bijna eenderde van de grond uit aan kleinere bedrijven (12 of 18 ha). Ten slotte: de grond mocht dan van uitstekende kwaliteit zijn, op de zware klei wilde alleen de teelt van aardappelen, bieten en tarwe goede oogsten opleveren.

Een voorlichter op het Landbouwhuis te Emmeloord, met wie ik onlangs een uitvoerig gesprek had, kan zich wel voorstellen dat ik van de diverse polders een rijke en florerende indruk heb gekregen. 'De melkveehouderij is gezond dankzij grote quota', vertelt hij me, 'in de akkerbouw kunnen de boeren zich nog net redden. Daarentegen gaat het met de fruitteelt al minstens vier jaar slecht: een monocultuur van appels en peren, in 1990 en 1991 grote schades door nachtvorst, en zeer lage prijzen op de veilingen. Maar wat zie ik als ik op huisbezoek ga: de tuinen zijn goed onderhouden, allerlei nieuwe machines zijn aangeschaft en voor sociale activiteiten wordt nog flink wat geld uitgegeven. En dat enkel en alleen om de façade in stand te houden, 't is louter maskering. Het grote probleem is dat 50 procent van alle grond gepacht is; wil een pachtboer lenen, dan kan hij alleen zijn opbrengsten als onderpand geven, en dat willen de banken niet.'

In de Noordoostpolder hebben vele boeren en tuinders geprobeerd de bakens te verzetten. Door zeer diep te ploegen en de zware klei te 'verdunnen' met zand werden grote stukken klaar gemaakt voor de bollenteelt. Anderen begonnen met de teelt van enigszins modieuze groentes als broccoli en ijsbergsla. De verkoop aan huis van groente, melk en fruit is sterk toegenomen. Veel vrouwen proberen buiten het bedrijf iets te vinden. 'Maar als het toch niet lukken wil,' zegt de voorlichter op het Emmeloordse Landbouwhuis, 'dan zijn de schaamte en het zelfverwijt zeer groot. Je moet dan in één klap èn je bedrijf èn je woning opgeven. Hier op het Landbouwhuis helpen we met het vinden van een ander huis en geven we adviezen bij alles wat er financieel geregeld moet worden. Daarnaast verwijzen we veel door naar bijvoorbeeld het riagg. Vaak willen ze dat niet. Dan kan de Zelfhulp Organisatie Bedrijfsbeëindigers nog opvang bieden; daar is men onder elkaar.'

Wat wil de wandelaar
Naast alle andere maatregelen die de provincie neemt, ziet ze ook veel in het bevorderen van het toerisme. Welke provincie niet, zou je haast zeggen! De uitgangspositie voor oostelijk en zuidelijk Flevoland is goed: aan de kant van de Veluwe zijn veel bossen aangelegd. Er liggen heel wat campings en terreinen met huisjes. Aan de belangen en verlangens van de watersporters is ruim aandacht besteed. Voor de fietser is het er goed toeven. Wandelaars komen er helaas minder aan hun trekken.

Toeristisch gezien liggen de zaken voor de Noordoostpolder ongunstiger. Er zijn verschillende pogingen gedaan de Noordoostpolder tot monument te verheffen, met allerlei verzet daartegen van binnenuit. Toch is er veel voor te zeggen. Het gebied op zich is een fraai staaltje van landwinning en landinrichting. Tot in het kleinste detail is alles vastgesteld, na grondige studies vooraf en na een soms jarenlange discussie over wat de beste oplossing zou zijn. Wie voor observatie rustig de tijd neemt, ziet hoe fraai het geheel is geworden. En ook het landschap zelf is, zeker in de tijd dat de gewassen op de velden staan en er bedrijvigheid alom is, van een schoonheid die ook in de abstracte schilderkunst van de jaren dertig te vinden is.

Wat wil de wandelaar nog meer? Het antwoord is eenvoudig: meer en betere wandelpaden. Toen de Noordoostpolder werd bedacht en uitgevoerd, werkte iedereen nog op zaterdag en was de zondag grotendeels bestemd voor de zondagsrust. Alle dorpen werden voorzien van een ruime windsingel met wandelpaden en hier en daar werd een bos geprojecteerd. Daar kwamen de bewoners van toen wel mee uit. De hedendaagse recreant wil meer, hij wil bijvoorbeeld van dorp tot dorp kunnen lopen. Daartoe zijn er wel mogelijkheden - zie de hierbij geplaatste wandeling van Marknesse naar Kraggenburg - , maar het zou veel beter kunnen. De oplossing is niet moeilijk: maak tussen de elf dorpen die er zijn en die alle op niet meer dan zes tot acht kilometer uit elkaar liggen (geen slechte wandelafstand), nieuwe wandelpaden. Daarvoor is ruimte te vinden langs vaarten, tochten en sloten. Ook dwars door landbouw- en fruitteeltgebieden kunnen paden worden aangelegd, bijvoorbeeld aan de uiterste grens van kavels; hier en daar dringen (particuliere) werkwegen al diep door in het land. 't Zou alles bij elkaar heel prachtig kunnen worden.

Een monument van formaat
Tien van de elf dorpen die de Noordoostpolder telt, zijn gebouwd volgens de opvattingen aangaande planologie en architectuur van de Delftse School; alleen Nagele niet. De Delftse School streefde naar gemoedelijkheid, gemeenschapszin en behoud van traditionele waarden. In de ontwerpen wordt het centrum gevormd door een brink, bakstenen worden als bouwmateriaal gebruikt en de huizen hebben een puntdak. Ieder dorp kreeg enkele winkels voor de dagelijkse boodschappen, een café/dorpshuis en sportterreinen. Een windsingel omsloot de bebouwde kom. In de structuur en uitvoering van Marknesse en Kraggenburg kan men de Delftse theorieën duidelijk herkennen.

Het gedeelte waar nu de dorpen Luttelgeest, Marknesse, Kraggenburg en Ens liggen, is het eerst in cultuur gebracht. Overal waren houten barakken gebouwd als onderkomen voor de pioniers. De arbeid was zwaar, het leven eentonig. Desondanks stroomden vanaf begin 1943 veel werklustigen toe: studenten, ex-militairen en arbeiders die zo aan tewerkstelling in Duitsland wilden ontsnappen. De polder had inmiddels de naam 'Nederlandsch Onderduikers Paradijs' gekregen. De Duitsers wisten er wel van, maar vonden het project zo de moeite waard dat ze niet ingrepen. Dat gebeurde in augustus en november 1944 wel, middels razia's, toen er wapendroppings in de polder hadden plaats gevonden.

Op een stuk grond van ruim 500 hectare, niet geschikt voor het agrarische bedrijf, is het Voorsterbos aangelegd. Midden tussen de akkers en weilanden ligt nog een overblijfsel uit vroeger tijden: het lichthuis Kraggenburg, dat in 1847 op een leidam in het Zwolse Diep werd geplaatst; ernaast lag een vluchthaven. Deze plaats steekt vele meters boven het omringende land uit; een pad leidt erlangs, het huis kan niet bezichtigd worden.

© Op Lemen Voeten | www.oplemenvoeten.nl

routebeschrijving
Marknesse, bushalte Busstation (nabij: Horeca, zondag gesl.). Loop in noordelijke richting via open dorpsplein (Breestraat) over linker stoep. Op het grasveld: beeld De pionier. Aan het eind RD over stenen brug. Direct daarna RA (Grachtwal). Aan het eind LA (Oosteinde). Direct na garage: RA (Ds.Bleekerstraat). Eerste straat LA (Pastoor Weijsstraat). Bocht-naar-rechts. RD (Expansie, doodlopend). Na de bocht: LA (fietspad). Bij snelweg RA over fietspad en RD. Bij km-paal 0.8: RA (Voorsterweg). Na een open gedeelte en enkele fruitteeltbedrijven, ± 125 m na huisnummer 22: RA door het Voorsterbos (afsluitboom; opengesteld). Aan het eind van het pad: LA; door afsluitboom en RD langs Zwolse Vaart. Het derde bospad LA. Aangekomen op de straat: RA. U ziet hier een zweefvliegveld, en verderop het Waterloopkundig Laboratorium en het Laboratorium voor Nationale Lucht- en Ruimtevaart. Op T-kruising met voorrangsweg (Repelweg) RD oversteken en RA over fietspad. (Op deze T-kruising: B, Veonn lijn 78). Langs het gemaal Smeenge en over de sluis. Op Y-splitsing van wegen: LA (richting Zwartsluis/Zwolle). ! Oppassen: er is hier geen voet-/fietspad; links in de berm lopen. Na ± 500 m (tegen het eind van de bocht): RA oversteken, en over houten bruggetje met witte leuningen. LA over schelpenpad; zo bereikt u het lichthuis Kraggenburg, waar u omheen moet lopen. Daarna RA. Op T-kruising met straat (Zwartemeerweg) RA. Eerste weg RA (Paardenweg). Eerste weg LA (Zwartemeerpad). Hier komt u door het fruitteeltgebied nabij Kraggenburg. Eerste weg RA (Hertenweg); steeds RD. Eerste straat: RA (klinkers). Zo bereikt u Kraggenburg; RD (Voorstraat; Horeca, ma gesl). RD (Dam), einde van de wandeling. Aldaar Bus; aldaar Horeca.

praktische informatie
De wandeling begint in het centrum van Marknesse en voert langs een aantal objecten die (voor dit deel van) de Noordoostpolder karakteristiek zijn. Eindpunt is Kraggenburg (bushalte).
Openbaar vervoer:. Info: 0900-9292.

Horeca is gevestigd te Marknesse (zondag gesl.) en te Kraggenburg.
Als kaart is goed bruikbaar de VVV-kaart voor vakantie en vrije tijd Flevoland (noordelijk gedeelte), 1:50.000,