Het Maarten van Rossumpad
LAW 202: Arnhem - Zwolle - Ommen v.v.
Het Maarten van Rossumpad is een uiterst afwisselend LAW-pad. Bijna nergens loop je meer dan een halve dag door hetzelfde landschap. Bovendien vormt het de verbinding tussen het Pieterpad en de Veluwe, ofwel het bekendste wandelpad met het populairste natuurgebied van Nederland. Wessel Zweers liep het pad vanaf Ommen over de oostelijke Veluwerand naar Arnhem. Een winterwandeling door het IJsselland.
tekst: Wessel Zweers, uit Op lemen voeten 1993/2
Als ik door de ingang ben gekomen, zie ik hem al. Links van het slot zit hij op een bankje. Ik ga naast hem zitten, maar hij geeft geen krimp en blijft onbewogen voor zich uit staren. Hij is namelijk al vier eeuwen dood. Wat hier zit, is niet meer dan een bronzen afgietsel van Maarten van Rossum.
Eigenlijk wel ironisch, om zo als ex-dienstweigeraar naast een voormalig legeraanvoerder te zitten. Maar dat is nog niet het meest opmerkelijke. Het wandelpad dat naar hem is genoemd, is tot stand gekomen mede dankzij het NIVON, bepaald geen organisatie die het hoog op heeft met militair geweld.
Hoezo geweld? Wel, Maarten van Rossum heeft in de lage landen vele bloedige sporen achtergelaten. Vanaf 1517 vocht hij onder Karel van Egmond voor de onafhankelijkheid van Gelre en trok, al plunderend en branden stichtend, door Friesland, Luxemburg en alle gebieden daartussen. Hij moest uiteindelijk in 1543 zwichten voor Karel V, kwam onder diens leiding en kon niettemin gewoon doorgaan met plunderen. Twaalf jaar later overleed hij aan de pest.
Het plunderen maakte hem er zeker niet armer
op. Verschillende kastelen langs dit LAW-pad waren zijn eigendom,
zoals het Oude Loo en de Cannenburg. De laatste staat in Vaassen
en werd in 1543 gebouwd op de grondvesten van een middeleeuwse
burcht. Een uitbreiding volgde in 1661, waarna de Cannenburg in
het midden van de achttiende eeuw werd gemoderniseerd en twee
zijhuizen werden bijgebouwd. Van april tot en met oktober is de
Cannenburg geopend voor bezoekers.
Niet alleen rond de Cannenburg is de tegenstelling tussen rijk en
arm goed zichtbaar. Al vanaf Ommen is het een belangrijk thema in
het landschap.
Ommen
Bij vertrek vanaf het station in Ommen is het nog maar net licht
geworden en maken mistbanken plaats voor een kraakheldere dag. Tot
aan rivier de Regge blijft het pad in de buurt van de spoorlijn.
Daarna volgt het een stukje de rivier, die door rafelige
mistflarden een geheimzinnige indruk maakt. Langs de oever doemen
drie schimmen op. Ik schrik even, maar het blijken sportvissers te
zijn, die kennelijk nog eerder zijn opgestaan dan ik.
Ook op het landgoed Vilsteren zijn mensen op de been. Al van een afstand hoor je het geluid van houtzagen. Oude takken worden in stukken gezaagd en afgevoerd, de gebruikelijke gang van zaken in deze tijd van het jaar. Ik vraag de werklieden nonchalant of ze niet per ongeluk bomen met roodwitte markeringen hebben omgezaagd, want die zie ik niet zo snel. "Wat voor markeringen, meneer?" Ze staan verbaasd te kijken als de roodwitte merktekens voor wandelaars bestemd blijken. Gelukkig zijn ze daar vanaf gebleven.
Afgezien van de houtzagers lijkt de wereld hier stil te staan. Alleen de in de verte voorbijrijdende trein van Zwolle naar Emmen geeft je enig besef van tijd. Tussen Vilsteren en het Hessumsche Veld kom ik nog meer levende wezens tegen. Bijna elk huis heeft hier wel een waakhond. Blaffende honden bijten niet, maar een daarvan blaft niet, maar bijt wel. Het loopt gelukkig goed af.
De groene dennebomen in het Hessumsche veld liggen onder een witte laag rijp. In combinatie met de wolkenloze hemel doet de aanblik onwerkelijk aan. Het gevoel van vervreemding wordt nog sterker in het Sterrebosch voorbij Dalfsen. Van het ene op het andere moment gaat de witte rijp over in groenbruine herfstkleuren. Alsof je ineens een ander seizoen binnenloopt. Net als ik omkijk zie ik honderd meter achter mij een hert het pad oversteken.
Aan het eind van de middag zie ik de enige kleur die ik vandaag nog heb gemist: rood. De ondergaande zon wordt weerspiegeld in de bevroren sloten. De bus naar Zwolle verbreekt echter de betovering en rijdt de nacht tegemoet. Een dag om in te lijsten.
IJssel
De volgende etappe vanaf de Ganzepan is in alle opzichten anders.
Het is vandaag bewolkt, de omgeving wordt weidser en het gaat
steeds harder waaien. Na een zigzag door het landgoed van kasteel
Den Alerdinck, voert de route verder over verharde wegen, waar
regelmatig auto's met grote vaart passeren.
Bij de spoorwegovergang in Laag Zuthem zijn in de verte de rokende masten van de IJsselcentrale te zien. Gedurende de rest van de dag zal deze centrale een dominante rol spelen in het landschap. Overal om mij heen staan electriciteitsmasten. De draden komen vanuit alle windstreken, lopen richting de centrale en komen daar samen. Het lijkt wel een bijeenkomst van belangrijke mensen.
Bij Windesheim steken we de tweede spoorwegovergang over. De IJssel is in zicht. De route loopt in noordelijke richting rechtstreeks naar de IJsselcentrale en dat is te merken. Het landschap wordt met de minuut lelijker, maar ook boeiender, totdat de wanstaltigheid bijna pijn doet aan je ogen. Landhuizen, kleine boerderijtjes, nieuwbouwwijken, de IJsseloevers, een vogelbroedplaats, mekkerende schapen, voortjakkerende auto's, plastic resten in de bermen en niet te vergeten de centrale zelf, een pompeus gedrocht. Even verderop rijden intercity-treinen af en aan. Dit collage van tegenstellingen speelt zich af op luttele vierkante kilometers.
In de zomermaanden steekt een pontveer ter hoogte van Hattem de IJssel over. Nu zit er niets anders op dan 6 kilometer om te lopen en de verkeersbrug te nemen. Daarbij wordt de derde spoorwegovergang van vanochtend gepasseerd. Aan de andere kant gaat de route over een parallelweg onderlangs de dijk. Mijn verschijning trekt veel bekijks onder de Hattemse schooljeugd die langs deze weg naar huis fietst. Nog nooit eerder een LAW-er gezien? Ik ga maar aan de andere kant van de dijk lopen. Dat is rustiger en dan zie je de IJssel tenminste.
Heide
Bij het schilderachtige Hattem kom je niet alleen in een andere
provincie, maar ook het landschap verandert totaal. In één klap
zit je op de Veluwe. De weidse IJsseloevers hebben plaatsgemaakt
voor nevelige bospaden in het Heerderveld. In de vorige eeuw nog
één grote heide, later werd het een belangrijk
waterwinningsgebied. Het Kret is daarvan een overblijfsel.
Tegenwoordig is het niet meer dan een drooggevallen sloot, waar je
gewoon doorheen kunt lopen. De hoogteverschillen nemen toe bij het
naderen van de Tonnenberg, het eerste stukje heide op de route van
vandaag. Zelfs in de winter is de begroeiing prachtig roodbruin.
Wat een verschil met de IJsselvallei gisteren!
Een drukke snelweg scheidt de Tonnenberg van het Heerderstrand,
een natuurbad met een oppervlakte van enige tientallen hectaren.
Het pad voert hier vlak langs, maar zonder kaart zou je de nabije
aanwezigheid van zo'n grote plas amper in de gaten hebben.
Tot de hoogtepunten van het Maarten van Rossumpad behoren de Renderklippen, een groot heidegebied met heuveltjes, zandpaden, meertjes en her en der een eenzame boom. Sinds enige jaren lopen hier ook weer schapen rond. Dat gebeurt met opzet, want ze voorkomen dat de heide op den duur zou worden overwoekerd door boomgroei. De uitgestrektheid en de verlatenheid maken juist bij dit donkere winterweer indruk.
Maar hoe mooi het hier ook is, toch hoor je in de verte steeds het rumoer van het verkeer dat twee kilometer verderop over de A50 voorbijraast. Het lijkt wel een concert dat ontsierd wordt door het kuchen en snuiven van de mensen in de zaal: het valt niet op, maar als je erop gaat letten, is het uiterst irritant. Pas voorbij de Renderklippen is het verkeerslawaai verdwenen. Maar uitgerekend hier begint het domein van talloze vakantiehuisjes, campings en hotels. Zelfs nu het koud en mistig is en het steeds harder waait, ben ik in deze omgeving niet de enige. Op een zomerse zondagmiddag zal het hier uitpuilen van de toeristen.
Tussen Epe en Vaassen verlaat het pad even het Veluwse bos. Helaas, want in het open veld valt het niet mee om de stormachtige wind het hoofd te bieden. Het landschap doet wat rommelig aan. Vergeleken met het Overijsselse deel van het Van Rossumpad maken de boerderijtjes hier een meer armoedige en sobere indruk. Het contrast tussen adellijke families en hardwerkende boeren is het grootst bij Vaassen, waar in de vorige eeuw een groot deel van de landbouwgronden in het bezit was van de Cannenburg. De boeren moesten een tiende deel van hun oogst aan het kasteel afstaan.
Vanaf de Apeldoornse gemeentegrens loopt het pad langs een voormalige autoweg. Voor het begin van de Tweede Wereldoorlog werd een begin gemaakt aan een noord-zuid-verbinding voor autoverkeer. Na het uitbreken van de oorlog werd de aanleg gestaakt. Tot een afronding is het nooit gekomen, want later bleek de geplande capaciteit niet toereikend om de snel groeiende verkeersstroom te verwerken. Het oude tracé is nog goed herkenbaar en het is aardig om te zien hoe het er nu bij ligt: een gevarieerde aaneenschakeling van weitjes, struiken, bos en heuveltjes.
Watermolens
De bosliefhebbers komen na Apeldoorn weer aan hun trekken. Even
voorbij Ugchelen doorkruist het pad het Staatswildreservaat.
Eeuwenoude papierwatermolens zijn karakteristiek voor deze streek.
In de molens werden lompen en andere materialen gewassen,
verpulverd en door een papierschepper verder verwerkt. De meeste
molens hebben echter hun oorspronkelijke functie verloren en zijn
- als je toch stromend water bij de hand hebt - tot wasserij
omgebouwd.
Een restaurant waar ik argeloos een hapje ga eten, blijkt eveneens zo'n voormalige watermolen te zijn. De eigenaresse vertelt trots over de voorgeschiedenis van de molen en de verbouwing tot restaurant. Ik val met mijn neus in de boter, want de officiële opening van het Maarten van Rossumpad in 1992 blijkt hier te hebben plaatsgevonden.
Wandelaars die zich een extra uitstapje kunnen veroorloven, kunnen de Hoenderloseweg in zuidwestelijke richting aflopen. Ze komen terecht bij de 'Koppelsprengen', een gebied ontstaan in de voorlaatste ijstijd. Er is een fraaie verscheidenheid aan flora en fauna.
Weinig Nederlandse LAW-paden zijn zo
afwisselend als het Maarten van Rossumpad. Bijna nergens loop je
meer dan een halve dag door hetzelfde landschap. Ook bij
Beekbergen heb je het bos weer verlaten, voordat je er erg in
hebt. Lichte glooiingen, weide, bos, sprengen, een spoorlijntje en
- op de Veluwe valt er nauwelijks aan te ontkomen - een militair
oefenterrein: ze vormen de aanloop voor het Apeldoorns Kanaal. Het
kanaal loopt als een streep over de oostrand van de Veluwe. Het
lijkt wel een galerij: om de vijf meter staat een grote eik.
Dan volgt een doorsteek naar Laag Soeren, waar het laatste
dagtraject van het pad begint. Eerst nog langs rechte bospaden,
maar het terrein wordt steeds grilliger.
Vandaag ziet het ernaar uit dat de mist niet zal verdwijnen. De omgeving lijkt nu één grote zwartwit-foto. De Koningslaan, een lange rechte laan met majestueuze beuken, maakt een mysterieuze indruk. Ook de Posbank, een uitgestrekt heideveld met normaliter een uitzicht tot voorbij het IJsseldal, is in nevelen gehuld. De hoogteverschillen zijn voor Nederlandse begrippen aanzienlijk. Rugzaklopers die in Arnhem starten, zullen het niet makkelijk hebben als ze beginnen met dit dagtraject.
Het bos gaat over in een parkachtige
omgeving. De bebouwde kom van Velp komt naderbij. Net als je denkt
dat de route in feite afgelopen is, val je van de ene verrassing
in de andere. Lopend door Velp, Rozendaal en Arnhem sta ik op
bijna elke hoek even stil om maar geen weggetje of stadsbeeld te
missen. Alleen al dit stuk is de moeite waard voor een
stadswandeling.
En ziedaar: op de valreep is de zon toch nog gaan schijnen.
© Op Lemen Voeten | www.oplemenvoeten.nl
Praktische
informatie
Traject
Arnhem - Apeldoorn - Zwolle - Ommen, ca. 150 km. De route is
opgesplitst in 8 dagetappes, variërend in lengte van 9,5 tot 25
km.
Terrein
Het traject is over het algemeen goed begaanbaar. Op sommige
gedeelten zijn echter hoge schoenen aan te bevelen, zoals op de
zandpaden van de Posbank. Ook kunnen onverharde wegen behoorlijk
drassig worden.
Markering
Wit-rode merktekens volgens de LAW-normen. Ze zijn redelijk
consequent aangebracht, maar ontbreken op enkele cruciale punten,
vooral in de omgekeerde richting van Ommen naar Arnhem. De gids
kan dus niet worden gemist.
Gids
Beschrijvingen in beide richtingen en topografische kaartjes
1:25.000 met ingetekende route. De kaartjes zijn voldoende om de
route te volgen. Verder informatie over cafetaria, accommodatie en
openbaar vervoer.
De gids is verkrijgbaar bij gespecialiseerde boekhandels of
telefonisch te bestellen bij het NIVON, Hilversumstraat 332, 1024 MB Amsterdam,
tel. 020 - 4350700.
BereikbaarheidBegin- en eindpunt van elke etappe zijn goed te
bereiken met het openbaar vervoer. Ook tussentijds passeert men
bushaltes. Houd er rekening mee dat op zondag sommige bussen
minder frequent rijden. Informatie: 0900 - 92 92.
Accommodatie
In de gids staan adressen van VVV's, hotels, pensions,
natuurvriendenhuizen, jeugdherbergen en kampeerterreinen. Tussen
Zwolle en Ommen zijn de overnachtingsmogelijkheden beperkter dan
op de Veluwe.