Ruim baan voor de wandelaar

Wie direct vanuit de voordeur naar het centrum of naar het open land wil wandelen, staat voor een groot probleem. Historische paden en aantrekkelijke doorsteekjes zijn in de loop der jaren verdwenen. 'Leg overal in dorpen en steden wandelalleeën aan', suggereren de woordvoerders van het project 'Stad en land verbonden'.

Tekst:  Theo de Bruin, Jan Erik Burger, uit Op lemen voeten 2003/2

Wandelen heeft een lange traditie. Lopen was voor de meeste mensen eeuwenlang de enige vorm van vervoer. Toch was wandelen vroeger ook een vorm van vrijetijdsbesteding: in dorpen en steden werd geflaneerd. Wandelen was een sociale activiteit, gericht op het contact met anderen. Deze functie bestaat nog steeds. Veel Europese steden kennen hun boulevards, zoals de Ramblas in Barcelona, of speciaal aangelegde wandelparken. Voorbeelden in Nederland zijn het Volkspark in Enschede, de bolwerken in Haarlem of het Vondelpark in Amsterdam.

Spoorzoeken
In de laatste eeuw heeft het wandelen echter steeds meer terrein verloren. Veel ruimte is opgeslokt door de maximalisering van private ruimte. Vinex locaties kenmerken zich door een hoge dichtheid aan bebouwing en minimale hoeveelheden openbare ruimten. De concurrentie om de planologische en stedenbouwkundige ruimte is enorm. Naast wandelaars en voetgangers dienen auto, openbaar vervoer, fietsers, skeelers en motorrijders een plek te krijgen. Ieder domein is bij voorkeur strikt gescheiden van andere weggebruikers. Deze wirwar van vervoersbehoeften heeft een wegennet opgeleverd dat het wandelnetwerk - voor zover nog aanwezig - op talloze manieren doorkruist, splitst, verbrokkelt en de wandelaar dwingt tot creatief spoorzoeken.

Doorsteekjes
Omwille van (sociale) veiligheid en herverkaveling zijn steegjes, achterommetjes, doorsteekjes en allerlei ludieke, historische en anderszins inspirerende paadjes verdwenen. Als er al nieuwe openbare ruimte bij komt, wordt dit als nieuwe natuur bestempeld. Aan de betreding daarvan worden niet zelden allerlei restricties verbonden.
In stads- en winkelcentra kan het kooplustige publiek heel wat aflopen, maar daar op een aardige manier heenlopen is een groot probleem. Kinderwagens worden meer dan eens door buschauffeurs geweigerd. Lopen betekent sowieso vaak omlopen. Handige doorsteekjes tussen geparkeerde auto's door zijn met een kinderwagen plots onneembaar geworden.

Geen impulsen
De aandacht van de rijksoverheid voor het wandelen beperkt zich vrijwel tot het creëren van een netwerk van lange afstandswandelpaden op het platteland, ver van de eigen woonomgeving. De recente zorg dat de Nederlanders steeds dikker worden omdat ze te weinig bewegen valt onder een ander departement. Het resultaat is dat het wandelen vanuit het eigen huis geen impulsen krijgt. Per saldo resteert er weinig wandelruimte in de directe woon- en leefomgeving. En als deze ruimte er al is, wordt deze slecht vormgegeven en zichtbaar gemaakt. Dit inzicht ligt ten grondslag aan het project 'Stad en Land verbonden'. We willen gewone wandelaars en ouders met kinderen nieuwe mogelijkheden bieden. Een wandelomgeving die hen verleidt om vanaf de voordeur in hun directe woonomgeving, naar de open ruimte of naar het stadscentrum te lopen.

Rust en afwisseling
Wensen voor een kwalitatieve wandelomgeving zijn onder meer dat men rustig wil kunnen lopen en dat in een in een afwisselende, 'karaktervolle' omgeving. Rustig betekent veilig, ongehinderd door ander verkeer, stil en soms met weinig en soms met veel mensen. Afwisseling kan een variatie aan gevels, voortuintjes, parken en grachten zijn, maar ook een afwisseling in landschappen zoals open veldjes en bosgebieden. Ook willen mensen liever niet over rechte wegen lopen, maar na 100 of 200 meter een nieuwe pad in te kunnen slaan. Deze wensen zijn nog nauwelijks vertaald in beleid om een uitnodigende wandelinfrastructuur op te nemen in de inrichting van stad en stadsrand. Evenmin zijn er mogelijkheden om de bestaande wandelmogelijkheden te beschermen tegen andere planologische claims.

Ommetje
Veel mensen maken een ommetje in de namiddag. Een kwartier, een half uur om de hond uit te laten of even de benen te strekken. Wanneer je een uur loopt, leg je ongeveer 4 kilometer af. Bij voorkeur doe je dat in een veilige, aantrekkelijke en afwisselende omgeving. Zo'n rondje dient bovendien nog binnen een afstand van 500 meter van je woning te liggen. Uit studies en ervaringen blijkt dat anders de fiets en vaker nog de auto gepakt. Nog aantrekkelijker wordt het wandelen wanneer er halverwege de wandeltocht een pleisterplaats is, zoals een café of een pannenkoekenhuis. Dat kan een stimulerend en plezierig doel zijn dat soms zelfs wel iets verder mag liggen.

Wandelalleeën
Een netwerk van wandelalleeën in of om een woonplaats zou de nodige ruimte kunnen bieden om te wandelen. Een dergelijke allee is een brede strook; een corridor van minstens 30 meter waar een wandelpad doorheen slingert. Deze corridor is rustig, ligt niet langs een autoweg, is veilig, afwisselend groen en bebost of bebouwd, maar altijd vrij toegankelijk en als zodanig herkenbaar. Een netwerk van wandelalleeën heeft in onze ogen een maaswijdte van ongeveer 1 km, al is een absolute blauwdruk niet wenselijk. In de kwadranten die door de alleeën worden omsloten, bestaan allerlei grote en kleinere paden, steegjes en doorsteekjes waarlangs de wandelaar zijn weg kan vinden. We pleiten er niet voor om alles heel formeel in te richten. De paadjes en de wandelallee vormen echter wel het netwerk waarlangs iedereen een plezierige en veilige weg naar buiten kan volgen. Uiteindelijk wordt het netwerk verbonden met bestaande langeafstandswandelpaden.

Amsterdam West: een structuur van parken
Een dergelijke structuur van wandelalleeën kan op verschillende wijze worden ontwikkeld. Eén strategie is om structuur te gebruiken tussen bestaande parken en andere openbare (groen)voorzieningen in een stad. In deze trant is Amsterdam West bezocht en onderzocht. Op vele manieren openbaart zich hier de strijd om de openbare ruimte. Tegelijkertijd weet de stad ook te verrassen door de grote hoeveelheid toegankelijke ruimte en parken. Deze laten zich uitstekend verbinden door de structuur van de wandelallee. Na realisatie van de verbinding ontstaat een heel aparte wandelstructuur, nagenoeg los van het drukke autoverkeer. Uiteraard zijn er knelpunten: slecht beheerde parken, gebrek aan paden en lastige kruispunten.

Ughelen: langs beken en sprengen
Op vele plaatsen is het ook goed denkbaar om de allee langs diverse waterlopen te leiden, van nature al plezierige verblijfsplaatsen. Een boeiend voorbeeld vinden we in het voormalige dorp Ughelen, nu een voorstad aan de rand van Apeldoorn. Van oudsher stromen hier verschillende beken en sprengen van de hoog gelegen Veluwe naar beneden. Langs deze waterlopen werden vroeger wasserijen en papiermolens gevestigd. Nog steeds liggen er enkele oude bedrijfjes langs de beek. De gemeente Apeldoorn heeft het ambitieuze plan opgevat om de loop van beken en sprengen opnieuw de ruimte te geven. Naast cultuurhistorische wordt grote ecologische winst geboekt en zo wordt er in een moeite door een aangenaam wandeldomein geschapen.

© Op Lemen Voeten | www.oplemenvoeten.nl

'Stad en land verbonden'
is een project van de Stichting Op Lemen Voeten en wordt uitgevoerd door Theo de Bruin en Jan Erik Burger met medewerking van landschapsarchitecte Berdie Olthof van het bureau N+H+S .

Op de Wandelmarkt vindt een eerste openbare presentatie plaats. Bezoekers van de Wandelmarkt worden van harte uitgenodigd om deel te nemen aan de discussie.

Op het vierde wereldwandelcongres Walk '21 in Portland USA zal Jan Erik Burger een presentatie geven van het project.