Voor u gelezen


De Nederlandse reisliteratuur in 80 en enige verhalen

Jan Blokker - uitgeverij Prometheus - Amsterdam - 2011 - 1039 blz. - ISBN 978 90 4461 691 0 - € 19,95 - www.uitgeverijprometheus.nl.

Reisverhalen behoren tot de oudst overgeleverde literaire teksten. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft er een onuitputtelijke hoeveelheid van in bewaring. Uit die duizenden journaals, logboeken, bundels en romans stelde Jan Blokker jr. een selectie samen van verhalen uit de eerste hand, dus van reizigers zelf, alleen proza en slechts van Noord-Nederlandse bodem. De Nederlandse reisliteratuur in 80 en enige verhalen is een vuistdikke bloemlezing van reisverhalen geworden. Alle verhalen, van de twaalfde eeuw tot heden, zijn al eerder in druk verschenen, maar niet eerder op deze manier gebundeld. Blokker introduceert ieder verhaal met wat informatie over de achtergrond en de schrijver. Nederlanders waren en zijn een reislustig volkje, zo blijkt. Reizen naar verre overzeese gebieden, trektochten door Europa, maar ook dichtbij huis. Zo wandelt Jacob van Lennep begin negentiende eeuw drie maanden door Nederland, het is hem niet goed bevallen. Meer recent schrijft Herman Vuijsje bijna hilarisch over de ruzie met zijn opspelende voet tijdens een omgekeerde pelgrimage van Santiago de Compostela naar Amsterdam. Jelle Brandt Corstius doet uit de doeken hoe hij er na vele vergeefse en frustrerende pogingen uiteindelijk dan toch in slaagt een visum voor Armenië te bemachtigen. In een internetverkiezing verkozen driehonderd lezers 'Mijn reis naar Amerika' van dominee Bavinck uit 1892 tot favoriete reisverhaal. Wat mij betreft zijn alle duizend pagina's uit Blokker's bundel boeiende kost voor op reis of gewoon voor thuis in de luie stoel.
[Hans Cuppen]

Kroondomein Het Loo

H. Bleumink en J. Neefjes - uitgeverij Matrijs - Utrecht - 2010 - 192 blz. - ISBN 978 90 5345 413 8 - € 39,95 - www.matrijs.com.

Rode tulpenvelden, Amsterdamse halsgevels, de nationale driekleur. Alle stereotypen over Nederland komen terug in de vormgeving van deze wandelbox die vrolijk meelift op de sterke Ik hou van Holland-teneur van het moment. Bedenkelijk of niet, met deze zware doos heb je toch twee aantrekkelijke boeken in handen waarmee je de lage landen kunt verkennen. Het eerste boek brengt je in stad & dorp, het tweede in de natuur. Of je met de 2x100 wandelingen ook echt aan lopen toekomt, is wel de vraag. Als je een stad kiest, kies je eigenlijk voor een uiterst relaxte dagtrip. Tips voor bezienswaardigheden, heerlijke shop- en eetgelegenheden te over. Wie voor de natuur gaat, kan wel meer kilometers maken. Althans, als je niet toegeeft aan afslagen naar rustieke schapenboerderijen, trendy ateliers of stoere zeilscholen. Wordt je dag te kort, dan vind je gemakkelijk een familiehotel of B&B. Of een hunebed - met tv en minibar.
Met Kroondomein Het Loo schrijven Bleumink en Neefjes een biografie van een koninklijk landgoed, niet toevallig het grootste van Nederland. Het boek biedt een verrassende kijk op de eigenzinnigheid en onverzettelijkheid waarmee de Oranjes stap voor stap hun bezittingen rond Apeldoorn wisten uit te breiden. Ze vervulden een voorbeeldrol bij de inrichting van de Veluwe. Omstreden bij afrastering voor de jacht, bejubeld om de bosbouw en de fraaie parkaanleg.
Met de aankoop van Het Oude Loo in 1684 begint een nauwe relatie tussen de Oranjes en Het Loo. Koning-stadhouder Willem III jaagde hier graag, net zoals prins Hendrik, prins Bernhard en Willem-Alexander. De grootste uitbreiding met 6500 hectaren kwam in de vroege twintigste eeuw toen prins Hendrik begon met ambitieuze ontginningen van de arme gemeenschappelijke heidegronden om hier kaarsrechte Pruisische bospercelen te planten. Ook kwamen er wildweiden en voerakkers. Zo gingen bosbouw en hobby mooi samen. Kroondomein Het Loo is óók het verhaal van de Veluwe - over boeren en herders die het landschap vormden, over kunstenaarskolonies, over militairen en hun oefenterreinen en over de opkomst van het massatoerisme. Het boek is goed opgezet, aangenaam geschreven - af en toe licht kritisch - met treffende kaderteksten. Enthousiast ben ik meteen gaan wandelen in de Paleistuin. Tegenwoordig mag dat, maar pas op: wel buiten het jachtseizoen.
[Jan Erik Burger]

Jong en wild Verrassende natuur in Flevoland

Koos Dijksterhuis - stichting uitgeverij KNNV - Zeist - 2010 - 192 blz. - ISBN 978 90 5011 359 5 - € 9,95 - www.knnvuitgeverij.nl

Kester Freriks bekijkt het aangeharkte Nederland van een andere kant. Maar zelf neemt hij de wildernis van Nederland niet al te serieus, anders kom je niet aan met de wildernis van de Amsterdamse Dolle Begijnensteeg. Ondanks getijdenstromen, steile kliffen, ongetemde stranden en woeste gronden blijft Nederland goed bewandelbaar. Originele wandelbestemmingen zijn er niet bij, als dat al zou kunnen. Freriks gaat gewoon op weg en loopt een een- of tweedaagse wandeling. Maar dan: de beleving en de beschrijving. In de evocatie van natuur en landschap ligt de kracht van Freriks. Het soms al te bekende wordt in literaire en zelfs lyrische termen beschreven. En geloofwaardig. Over de Engbertsdijkvenen uit zijn jeugd. 'In die tijd een gigantische barre woestenij van moeras, met muren van turf waaraan in de winters zúlke ijspegels hingen. Je mocht er eigenlijk niet komen, het was er ook gevaarlijk. Maar we waren jong en roekeloos, en keken naar de zwarte sterns en de velduilen die daar overdag wiekten.'
De prachtige foto's en dito teksten vormen een wervende uitnodiging om de 'jeugdige oernatuur' van Flevoland zelf te gaan beleven. Koos Dijksterhuis schreef het boek in opdracht van de Provincie Flevoland en hij spreekt in het voorwoord de hoop uit dat hierdoor niet miljoenen mensen gemotoriseerd richting Flevoland gaan. De bekende spagaat. Wat het boek bijzonder maakt is dat je - bijna letterlijk - aan de hand van verschillende 'specialisten' een aspect van de natuur beleeft. Natuurlijk vertelt de boswachter zijn verhaal, maar ook een diervoedingsdeskundige, een medewerker van Landschapsbeheer, een bioloog, vogelkenner en natuurboer, een paddenstoelenkenner en een enthousiaste bewoner. En niet te vergeten de viroloog die vogelpoepjes verzamelt om te snuffelen naar virussen. Vaak, zo blijkt, moet je er uren wachten of zoeken voor over hebben om een blauwe kiekendief te spotten of de vlozegge te ontdekken, een onopvallend sprietje waarvan iedere botanist uit zijn bol gaat. Een Nederlandse gewoonte lijkt me dat alles geteld moet worden: de orchideeën in de berm, reeën, vogelsoorten, ja, wat niet. De Noordoostpolder, Oostelijk en Zuidelijk Flevoland vormen de onderscheiden delen van het boek. De geschiedenis van de natuurontwikkeling staat uitgebreid beschreven en de genoemde gebieden zijn aan de hand van de kaartjes goed te traceren. Het boek levert geen routebeschrijvingen. Wat ik mis zijn de fotobijschriften. Ook als je goed zoekt in de tekst, krijg je niet altijd uitsluitsel wat de naam van vogel, vlinder of grasje is. Peanuts.
[Fredy Blom]

Wildlife wandelingen in Nederland

Sietske de Vet, Rutger Burgers, e.a. - uitgeverij Gegarandeerd Onregelmatig - Raalte - 2011 - 112 blz. - ISBN 978 90 7864 119 3 - € 14,95 - www.gegarandeerdonregelmatig.nl

Kester Freriks bekijkt het aangeharkte Nederland van een andere kant. Maar zelf neemt hij de wildernis van Nederland niet al te serieus, anders kom je niet aan met de wildernis van de Amsterdamse Dolle Begijnensteeg. Ondanks getijdenstromen, steile kliffen, ongetemde stranden en woeste gronden blijft Nederland goed bewandelbaar. Originele wandelbestemmingen zijn er niet bij, als dat al zou kunnen. Freriks gaat gewoon op weg en loopt een een- of tweedaagse wandeling. Maar dan: de beleving en de beschrijving. In de evocatie van natuur en landschap ligt de kracht van Freriks. Het soms al te bekende wordt in literaire en zelfs lyrische termen beschreven. En geloofwaardig. Over de Engbertsdijkvenen uit zijn jeugd. 'In die tijd een gigantische barre woestenij van moeras, met muren van turf waaraan in de winters zúlke ijspegels hingen. Je mocht er eigenlijk niet komen, het was er ook gevaarlijk. Maar we waren jong en roekeloos, en keken naar de zwarte sterns en de velduilen die daar overdag wiekten.'
Twaalf ontdekkingstochten, twaalf wilde dieren in ... Nederland. Geen dieren met een hoog aaibaarheidsgehalte, het moet spannend zijn om een dier te spotten. Geen reeën dus, geen otter, geen das, al helemaal geen zacht konijn. Done-it, saw-it, been-there!? Schotse Hooglanders (by all means...als Nederlands wildlife-dier), damherten (hoog bambi-gehalte toch?), zeehonden (idem), moeflons (Nederlands?), echter ook Reintje de Vos, ringslang, edelhert en ... zeearend. Al bladerend vond ik ondanks alles het boekje steeds leuker worden. Ik veerde op, tussen alle praktische en inhoudelijke informatie door, bij de korte artikeltjes per soort, van twee à tweeëneenhalve pagina's, waar een boswachter of natuurfotograaf aan het woord komt, met wie de schrijvers meegaan op 'expeditie'. De bevlogenheid waarmee ze praten over 'hun' soort, de passie die ze aan het daglicht brengen voor die ene soort, waar ze alles vanaf weten, alle plekken, alle seizoenen. Opeens lees je de inhoudelijke informatie anders, ben je van plan toch eens naar plek X, Y of Z te gaan. Of als het kan mee op expeditie in Nederland....
[Nicolette Hartong]