Print deze route

Tempeliers en guerrillero’s

Tegenwoordig is het allemaal anders. De Spaanse Maestrazgo blijft even woest en ledig met zijn twee inwoners per vierkante kilometer, als toen ik er vijftien jaar geleden bij toeval verzeild raakte. Maar dankzij de Europese programma’s voor zielige regio’s zijn er informatiepanelen, routes en pensions. En er is volledige werkgelegenheid De huren zijn laag; het leven is er anders dan vroeger, niet langer hard, maar relaxed.

Tekst en foto's: Jan Erik Burger Uit: Op lemen voeten 2006-1

Ignacio Terés kwam vijftien jaar geleden als pas afgestudeerd landbouwingenieur naar de Maestrazgo. Hij zag nieuwe mogelijkheden en begon reisorganisatie Maestrex. Kleinschaligheid is het motto. Overnachten gebeurt in sympathieke pensions, waar de wandelaar nog persoonlijke aandacht krijgt en vaak een uitstekende maaltijd met streekgerechten.

Isolement

‘Op lemen voeten’ trok met Ignacio door de Alto Maestrazgo, het kerngebied. Deels een diep ingesleten hoogvlakte, deels bergland. Het land mag woest en ledig zijn, dat is niet altijd zo geweest. Twee eeuwen terug woonden hier meer dan tien keer zoveel mensen. Economisch ging het voor de wind, al was de bevolkingsdruk groot. De eerste tegenslagen kwamen met de Napoleontische oorlogen. Markten voor wol, leer en textiel vielen weg. Het isolement en de omslachtige verbindingen deden zich extra voelen.

Groen en koel

Wij beginnen in Pitarque, een dorp aan de gelijknamige rivier. Op twee uur lopen ligt Naciemento (Spaans: oorsprong) de Pitarque, niet de bron van de rivier, maar wel de plek waar een ondergrondse stroom aan de oppervlakte treedt en een diep, vochtig en groen dal heeft uitgeslepen. Hier is het ook ’s zomers aangenaam en koel, en je kunt er zwemmen. Het is hier te ver, te afgelegen en te eenzaam. De boerderijen zijn groot en hoewel ze niet allemaal in carrévorm zijn gebouwd, stralen ze weerbaarheid en onverzettelijkheid uit. Een schip op de hoogvlakte, maar nu niet meer dan een wrak, met zijn ingestorte daken en overal van schapenmest. Montoro de Mesquita is zo’n dorp dat het moet hebben van de Europese plattelandsvernieuwing en subsidiepotten. Maar een handvol huizen wordt, meestal tijdelijk, bewoond. Twee dagreizen verder ligt Mirambel, een ware reis door de tijd. Al in de twaalfde eeuw behoorde Mirambel aan de tempeliers, die het in 1234 dorpsrechten verleenden. De muren met hun vijf stadspoorten en vijf verdedigingstorens zijn nog vrijwel intact. Begin bij de mooie Nonnenpoort, Portal de las Monjas, die deel uitmaakt van het Augustinessenklooster. Hoog boven de poort konden de nonnen onzichtbaar achter een fraai gesneden houten schot de buitenwereld goed in de gaten houden. De Fuentepoort draagt het trotse kruis van de tempeliers.

Wellness

De tocht naar Cuevas de Canart is een hoogtepunt. We beginnen bij een net buiten gebruik gestelde elektrische centrale langs de Guadalope, ook zo’n groene rivier in een bruin landschap. Van de rivier lopen we een lange weg naar Cuevas. Het is regenachtig en je kunt je voorstellen hoe onherbergzaam het hier in vroeger Canarttijden was. Onderweg een klein, eenzaam en fraai dorp Ladruñan. Ook hier heeft restauratiewoede toeslagen. Een paar kilometer verder lijkt de weg dood te lopen tegen een steile bergmuur, maar op het allerlaatste moment draait hij zich door de nauwe opening van El Estrecho, en hebben we zicht op een nieuw dal. In de verte Cuevas. Tenminste twee grote vrouwenkloosters telde de stad vroeger. Hoog verheft zich nog steeds het klooster van de Franciscanessen, dat al in 1835 werd het onteigend ten tijde van de secularisatie. Buiten de muren staat de indrukwekkende ruïne van het San Miguelklooster. In Cuevas is het aangenaam verpozen (wellness) in het historische en sfeervolle hotel Don Iñigo de Aragón. De eigenaar heeft wortels in het dorp en hij heeft in de eerste plaats een monument voor zichzelf opgericht. Want behalve voor wandelaars en wellnessadepten is er echt niets te doen. Grijp uw kans voor het hotel de deuren sluit!