Print deze route

Het gras bij de overburen Ís groener

Tegenwoordig ben je met de trein in een mum van tijd in Kent, van oudsher de Tuin van Engeland, met boomgaarden en ‘moestuinen’ voor de stedelijke bevolking. En natuurlijk de beroemde kathedraal van Canterbury. Maar er is zoveel meer: kastelen en landgoederen waar Hendrik de Achtste vaak vertoefde en vrouwen van adel hun troostrijke tuinen aanlegden. Op lemen voeten stelde prachtige wandelroutes samen in het zuidelijke deel van dit groene graafschap. En probeerde een glas lokale witte wijn!

Tekst en foto’s: Liesbeth Vermeulen

Een beetje verlegen staat Adam Nicolson op de nieuwsbrief van Sissinghurst Castle and Garden. Weinig aan zijn voorkomen doet vermoeden dat het hier gaat om de bekende auteur van (wandel)boeken èn adellijke kleinzoon van de beroemde schrijfster Vita Sackville-West, die in 1930 het landgoed Sissinghurst kocht om er te werken en een tuin aan te leggen. Nicolson woont op het terrein en voert samen met de National Trust (de eigenaar) plannen uit om de geschiedenis een stukje terug te draaien: 110 hectare land wordt geschikt gemaakt voor veeteelt, groente en fruit voor het restaurant van het landgoed en de plaatselijke markt. Regionale producten zitten in de lift. Ook de wijnbouwers van Biddenden Vineyards merken een toegenomen belangstelling voor Engelse wijn en cider. Tientallen jaren geleden stapte het familiebedrijf vanwege de hevige concurrentie met Franse appels over op de wijnbouw, aanvankelijk voorzichtig en kleinschalig, later steeds groter en succesvoller.

Gedoseerde toegang
Jaarlijks overstromen tienduizenden mensen het landgoed Sissinghurst, voornamelijk om er de prachtige tuinen te bewonderen. Er kwamen zoveel bezoekers dat begin jaren negentig de openingstijden werden beperkt en de publiciteit geschuwd. Ook nu geldt soms een ‘gedoseerde toegang’ om iedereen in rust van al het bloeiende moois te laten genieten. Dat het zo populair zou worden had niemand durven voorspellen toen Vita in 1962 het landgoed naliet aan haar jongste zoon. Hij zag zich genoodzaakt het te verkopen, maar moest veel moeite doen het aan de National Trust te slijten. Als je in het voorjaar op weg gaat naar Sissinghurst en door de bossen loopt, waad je door een lage zee van bluebells (wilde hyacinthen), die zich als een waas door het groen voor je uitstrekken, een schitterend gezicht. Op het landgoed zelf bloeien witte bluebells, een blauwe wordt er meteen verwijderd. Er zijn diverse deeltuinen met een eigen sfeer, ontwerp en kleurenpatroon, zoals de spring garden, white garden, en cottage garden, maar ook een deel met notenbomen op een bijzonder tapijt van wilde bloemen. Afwisseling en verandering zijn hier kernwoorden, en zoals Adam Nicolson schrijft in zijn boekje over het landgoed: hard werk.* Onkruid wieden, snoeien, voor afgeleefde bomen nieuwe planten en last but not least het gras maaien, hier tot kunst verheven. Een mooie tuin is het hele jaar door een lust voor het oog maar is ook nooit af. Iemand die een tuin heeft en na drie weken vakantie terugkomt, weet waar het over gaat. Vanuit haar ‘ivoren’ toren met werkkamer (gebouwd rond 1560!) kon Vita de voortgang van haar inspanningen aanschouwen.

Union Jack
Ook op Penshurst Place and Gardens is het werk nooit af. Momenteel wordt de kruidentuin onder supervisie van de gelauwerde landschapsarchitect George Carter opnieuw ingericht. Het kasteel met tuinen kan bogen op ‘zeven eeuwen tuinieren’. Nog steeds is het privébezit van de familie Sidney, burggraaf De L’Isle. Overal in het kasteel en in de tuinen (de bankjes!) kan het wapen van de familie teruggevonden worden. Niet verwonderlijk gezien de geschiedenis, is de tuin klassiek, onderverdeeld in ‘kamers’ en ‘gangen’, elk met een eigen typische begroeiing. ‘Over drie weken bloeien al deze pioenrozen!’, belooft Cory Furness, het enthousiaste ‘hoofd groen’, ons. Zijn we toch weer te vroeg. Ook de Britse vlag (Union Jack) van voornamelijk lavendel en rode rozen ligt er nog maagdelijk groen bij. In het kasteel is de Barons Hall van een indrukwekkende ouderdom en omvang. Het prachtige walnoten plafond dateert uit midden veertiende eeuw, met tien levensgrote houten satirische figuren die het spant ondersteunen. Een blikvanger is de ruim zes meter lange houten ‘tafel’ (meer een deur op schragen), waaraan naar verluidt Hendrik de Achtste veel geld verloor met gokken. In 1519 werd hij er gastvrij ontvangen door de hertog van Buckingham, wat de koning er niet van weerhield hem twee jaar later te laten onthoofden. Levendige taferelen moeten het hier geweest zijn rond de centrale open haard, met alle bezoekers, bedienden, rondlopend vee, lawaai en stank.

Verzameling gebouwen
Het bij (Engelse) gezinnen populaire kasteel Leeds tussen Maidstone en Ashford bestaat eigenlijk niet uit één gebouw uit een bepaalde tijd, maar een verzameling gebouwen uit heel verschillende perioden. Van de vroege middeleeuwen tot het Nieuwe Kasteel uit de negentiende eeuw. Omringd door een flinke gracht ligt het op een soort schiereiland, bedoeld om agressieve vijanden (die nooit kwamen opdagen) op een afstand te houden. Het ziet er bijna Nederlands uit. In en rond het kasteel is van alles te doen, van golfen tot een ballonvaart maken. Leuk is de doolhof met grot in het midden, waar de reus Typhoeus huist. Wellicht dat de fikse toegangsprijs (£ 16,50) de bezoekers ertoe aanzet er de hele dag door te brengen. Dat kan probleemloos, het terrein omvat ruim 200 hectare. Ruim tien jaar geleden is er langs het water van de slotgracht de Tuin van Lady Baillie aangelegd, in mediterrane sferen. Het kasteel staat niet in de eerste plaats bekend om zijn tuinen, maar de cottage garden en Culpeper-tuin zijn prachtig, juist ook in combinatie met het water en het uitnodigend glooiende Kentse landschap aan de overkant, waar het vee vredig graast.

Luxueuze ontvangst
In de jaren twintig van de vorige eeuw verwierf de rijke Amerikaans-Engelse Olive Paget door drie huwelijken (en echtscheidingen) het kasteel en de titel Lady Baillie. Ze renoveerde het landgoed, verbouwde het, kocht overal kunst en antiek en gaf er feesten en ontvangsten. ‘A real party animal’, aldus de gids. Veel royals en filmsterren brachten tijd door in een van de luxueuze slaap- en badkamers. Tot 2003 verbleef er nog een dochter van de lady op het landgoed. Vandaag de dag kunnen de salons en zalen gehuurd worden voor een exclusieve bijeenkomst. Wie geld kan neerleggen loopt ’s avonds over de glanzende ebbenhouten vloer met ingenieuze zwaluwstaartverbindingen, kijkt naar het geweldige schilderij waarop Hendrik de Achtste aan boord gaat van een zeilschip naar Frankrijk, en vlijt zich neer in een van de gezelschapsbedden die eerder vermaak boden aan ondeugende koninklijke gasten.

Special Reserve
Om in de eigen behoefte aan wijn te voorzien heeft Leeds ook een kleine wijngaard. Gezien het klimaat –weliswaar gematigd maar daarmee nog niet overdreven zonnig-, wekt het verbazing dat hier –redelijk geslaagde- pogingen worden gedaan om wijn te verbouwen. Echt nieuw is het niet, ook de Romeinen plantten er al wijnranken. Op Biddenden Vineyards bij de gelijknamige plaats produceert het familiebedrijf inmiddels 40.000 flessen per jaar. Groot succes is de Ortega, een nieuwe druif gebaseerd op soorten uit de Elzas. Het is een droge maar fruitige witte wijn. Op het terrein van bijna 9 hectare groeien diverse druivensoorten zoals pinot noir. Maar het bedrijf maakt ook veel cider, in Engeland een geliefde drank die overigens wat alcoholgehalte soms niet onderdoet voor wijn. Zo heeft de Special Reserve, gerijpt op whiskyvaten, 13 procent alcohol. De wijngaarden liggen mooi op de zuidhelling van een smalle vallei, op een soort lössgrond en maken een prettig en verrassend onderdeel uit van het landschap. Gebrek aan wijn kan geen reden meer zijn om niet naar Engeland te gaan!