Print deze route

Vredig wandelen door het landschap van de Koude Oorlog


Tekst en foto’s: Peter Polter

Het landschap van de Koude Oorlog blijkt vooral een vredig landschap te zijn. Natuur en stilte bepalen er het beeld. Resten van een uitgevochten oorlog vind je er niet. De Koude Oorlog bleef steken in een wedstrijd in voorbereidingen. De IJssel werd als laatste waterlinie gereed gemaakt om de oprukkende vijand te hinderen. De onlangs verschenen Wandelgids Landschap van de Koude Oorlog wijst op vaak verborgen getuigen hiervan in het wandellandschap. Op lemen voeten ging op zoek naar resten van de IJssellinie.

Eerst naar Arnhem, waar Uiterwaardpark Meinerswijk opgesloten ligt tussen Arnhem-Centrum en Arnhem-Zuid. De natuur mag hier, aan de oever van de Neder-Rijn, tegenwoordig zo veel mogelijk zijn gang gaan. De naoorlogse uitbreidingen van de stad zijn aan dit gebied voorbij gegaan. Direct na de Tweede Wereldoorlog werd het gebied namelijk geclaimd door defensie. Het kreeg een hoofdrol in de realisatie van de IJssellinie. Na de laatste wereldoorlog werd het nieuwe gevaar uit het oosten verwacht. De gedachte achter het verdedigingswerk was even simpel als doeltreffend: sluit de Waal en de Neder-Rijn af, zodat al het water de IJssel instroomt. Deze treedt buiten zijn oevers en zo er ontstaat een waterlinie van Nijmegen tot aan het IJsselmeer.

Meinerswijk onder water
De afsluiting van de Neder-Rijn moest hier in het Arnhemse Meinerswijk plaatsvinden. Dit gebied heeft inmiddels zijn militaire functie verloren en is omgedoopt tot Uiterwaardpark Meinerswijk. Het wordt door de gemeente aangeprezen als ‘een uniek natuurgebied in het hart van Arnhem’. Een verhoogd pad zorgt ervoor dat ik hier nu met droge voeten kan wandelen. Meinerswijk staat tegenwoordig voor een groot gedeelte onder water. De straffe wind heeft vrij spel op het vlakke terrein. In de verte zoekt een groep konikspaarden beschutting bij een brede rietkraag. Resten van de IJssellinie zijn hier op veel plekken te vinden. Soms opvallend, vaak als verborgen getuigen. De doorlaatbrug in de buurt van de oude steenfabriek is niet te missen. Stalen schuiven kunnen ervoor zorgen dat het waterpeil op het gewenste niveau blijft. Het belangrijkste onderdeel van iedere stuw voor de IJssellinie was een caisson. Die moest tussen twee landhoofden tot zinken worden gebracht, om zo de stromende rivier af te sluiten. Aan de overkant van de rivier is het caissonhaventje van de stuw bij Meinerswijk nog te herkennen. De tachtig meter lange stalen constructie zelf heeft echter plaatsgemaakt voor enkele woonboten.
Een goede verdediging van de stuw was natuurlijk essentieel. De twee tankkazematten die ik passeer, zijn duidelijke herkenbare overblijfselen van de linie. Ze zijn geplaatst op een punt dat al eerder door de Romeinen werd gebruikt voor een verdedigingswerk. Hier stond ooit een Romeins fort als onderdeel van de verdediging van de zuidelijke oever van de Rijn. Resten van dit Romeinse castellum zijn nog in de bodem aanwezig. Anders dan bij de resten van de IJssellinie dus niet langer zichtbaar.

Door de IJsseldelta
De tweede wandeling, door de IJsseldelta van Elburg naar Kampen, voert door de polder en langs het Drontermeer. Ook dit gebied behoort tot het landschap van de Koude Oorlog. Nederlands laatste waterlinie legde namelijk niet alleen beslag op de IJssel zelf. Afsluiting van de Neder-Rijn en de Waal was onvoldoende om het waterpeil van de hele IJssel snel genoeg te verhogen. Daarom werd bedacht om ook het IJsselmeerwater te laten stijgen en zo het water tevens van de andere kant te laten komen. Om de waterlinie snel operationeel te hebben zouden de maatregelen voor het IJsselmeer zelfs al als eerste worden uitgevoerd. Hier in de IJsseldelta werden de gevolgen van een dreigende oorlog dus als eerste gemerkt. De bewoners moesten overlopende riolen en ondergelopen land voor lief nemen, in ruil voor de verdediging van ons land.
Als ik over de dijk door de polder van richting Kampen wandel, vallen me ook hier de stilte en het vreedzame karakter van het gebied op. De paar fietsers die ik tijdens mijn tocht door dit vlakke land tegenkom groeten me vriendelijk. Het uitzicht is weids. Halverwege de twintig kilometer lange lijnwandeling kan ik even zowel de kerktoren van eindpunt Kampen als van startpunt Elburg zien. Soms loopt de wandeling over de dijk. Dan heb ik een prachtig zicht op het Drontermeer aan mijn linkerzijde en de polder aan de andere kant. De vlakke graslanden van de polder zijn keurig in rechthoeken verdeeld, gescheiden door slootjes. In de verte rent een haas van perceel naar perceel, springend over de slootjes, als een hordeloper over hindernissen.

Water binnenhalen
Ook hier in de polder vindt de wandelaar herinneringen aan de Koude Oorlog. De bestaande sluizen, duikers, gemalen en andere waterbouwkundige voorzieningen moesten gereed worden gemaakt om het waterpeil snel te kunnen laten stijgen. Vaak waren aanpassingen nodig, omdat ze waren ontworpen om water af te voeren. Nu moesten ze bij oorlogsdreiging juist water kunnen binnenhalen. Zo moest een sluisdeur niet door de kracht van het water kunnen worden dichtgedrukt als dit van buiten naar binnen stroomde.
Na ruim drie uur wandelen kom ik aan in Kampen. Ook deze oude stad zocht ooit zijn verdediging in een waterlinie. Op de stadsplattegrond zijn de oude grachten om een gedeelte van de stad nog duidelijk te herkennen. Vroeger voldoende om de vijand te hinderen. Daar dachten we halverwege de twintigste eeuw toch een veel omvangrijkere linie voor nodig te hebben.